maandag 6 april 2026

Het Paasweekend

We hadden een fijn paasweekend. Zoals wel vaker werd de planning pas op het allerlaatste moment bepaald. Vrijdag vroegen we ons ineens af: zou het leuk zijn om morgen naar Maastricht te gaan? Ik was er vorig jaar al eens geweest, in combinatie met een bezoekje aan zus en zwager. Maar Ronald was er nog nooit geweest.
Ik deed er een appje uit, en gelukkig zijn zus en zwager van dezelfde soort: namelijk dat regelmatig verrassingen en plotselinge ingevingen het leven leuker maken. 
Ja hoor, het kon! Tip: ga niet 's middags de stad in, dan kom je de stad bijna niet in, zijn parkeerplaatsen bezet en kun je over de koppen lopen.
Prima, gaan we 's ochtends. 8.00 uur in de auto met een hoop proviand in de tas, en klokslag 10 uur reden we Maastricht in. Altijd even opletten, want je kunt daar 10.000 afslagen nemen die over, om en door elkaar heen lopen. En Maps doet het best goed, maar is ook niet altijd volmaakt.
We kwamen er, en het was nog heerlijk rustig op onze geplande parkeerplek. 

We hadden een stadswandeling gedownload die we vervolgens hadden geupload in onze wandelapp. Ideaal! Zo liepen we begeleid door mw. Komoot door de mooiste straatjes van Maastricht. 

De blauwe route moesten we lopen. De roze liepen we. Logisch hè?

Halverwege moesten Xander en ik plassen. En zodra ik de Mac Donalds in het vizier kreeg, trok ik Xander mee die kant op. 'Kom op, daar zullen ze wel een toilet hebben.' Hadden ze ook. Alleen de deur zat dicht. Op slot. Vanaf 11.00 uur zou hij open zijn. Het was 11.13 uur. Maar nee, de medewerker die geen Nederlands sprak maakte met een afwerend gebaar duidelijk: no. 
Wat nu? Ik heb er zo'n hekel aan, lopen met een volle blaas. En een kind met een volle blaas aan de hand, daar word ik nog zenuwachtiger van. 
Een terrasje verder was nog leeg. Die dáárnaast zat vol en hoorde bij een hotel. 
Ik zette mijn zelfverzekerdste snoet op, deed alsof we gasten waren van het terras, en we liepen naar binnen, de trap af naar beneden waar de toiletten waren. 'Mama, mag dit wel?' Geen idee, maar we moeten. Dus gaan we.
Niemand keek raar, en we konden toiletteren op een uiterst moderne wc, zonder rare vlekken op de bril of de vloer zoals je die gewoonlijk bij Mac Donalds tegenkomt. We liepen weer net zo zelfverzekerd naar boven, de lounge door, het terras over, en klaar waren we voor de rest van de route. 

Prachtige stad, Maastricht! En ik spotte zowaar mijn absolute favoriete Maestro-jurylid-bassist: Dominic Seldis! 


Oh, achteraf had ik gewoon hardop moeten zeggen wat ik dacht toen ik de hoek om liep in boekwinkel Dominicanen. "Krijg nou wat! Dominic Seldis in het wild!". Maar ik was te bleu, dacht teveel na en liet mijn kans op een babbeltje en een selfie verloren gaan. Dom dom dom! 
Tien jaar geleden deed ik het beter: ik pakte mijn ultieme kans bij Jeroen Dijsselbloem, met als resultaat dat hij een bezoekje bracht aan Care Travel en de Achterhoek. Les voor de volgende keer: niet nadenken, doen! 

We hadden nog tijd over, en op advies van zuslief gingen we door naar de Amerikaanse Begraafplaats in Margraten.
Indrukwekkend! Heel eerlijk, ik heb vaak niet veel interesse in al die herdenkingen en bevrijdingsfeesten. Maar als je daar loopt en je ziet al die duizenden kruizen van jongens die hun leven in een vreemd land gegeven hebben voor vrede, dan denk ik: wat zou ik gedaan hebben? Ben ik bereid mijn leven op te offeren voor vrede? 


We sloten de dag af met een gezellig bezoek aan de familie. We kletsten, basketbalden, Lex gaf zijn prachtige step aan Xander cadeau!, we genoten van heerlijke zuurkoolstamppot, en toen was het de hoogste tijd om weer te gaan.

Ook ik moest 'm van Xander even proberen.

Tweede paasdag gingen we opnieuw aan de wandel. Iets dichterbij, Wichmond. 
Nu veel meer natuur, maar ook weer een prachtige route. Vergeet filelopen op de Posbank, er zijn in Nederland zoveel mooie prachtige plekjes die veel rustiger zijn!


En zo is dit lange weekend voorbij gevlogen.
We zitten nu alledrie op onze eigen manier dit weekend af te sluiten. Met een boek, met hoofdpijn, en met schrijven in mijn dagboek en moed verzamelen voor alles wat de komende dagen weer moet gebeuren. 

zaterdag 4 april 2026

Een prachtige geheime missie

We zitten in de auto. Nog 1 uur en 19 minuten te gaan. Ik denk dat als dit blog af is, we nog 7 minuten te gaan hebben. 
Bestemming: Maastricht. We gaan een bezoekje brengen aan deze mooie stad, en gezellig op visite bij zus en zwager. 
Maar daar ga ik het verder niet over hebben, komt vast wel in een volgend stuk. Deze autorit is ideaal om weer eens een stukje proza online te gooien. Manlief is namelijk degene die het liefst rijdt, en Xander vermaakt zich met naar buiten kijken en discussiëren welke provincie van Nederland nu eigenlijk het grootst is.

Een week geleden zat ik er een heel stuk minder relaxt bij. Ik was aan het bijkomen van een heftige nachtmerrie en alleen maar bezig met zaterdagavond 28 maart 21.00 uur. Dan zou HET namelijk gaan gebeuren: de uitreiking van de koninklijke onderscheiding aan Sjoerd. Sjoerd uit Etten. Dé Sjoerd. Die ook wel burgemeester van Etten wordt genoemd.


We hadden er 8 maanden naartoe gewerkt: Silvia, Femke en ik. Silvia was logisch: kent Sjoerd goed, met zijn ouders op vakantie geweest, en zíj was de aanstichtster. Femke was nog logischer. Zijn zus, die mooi alle informatie kon achterhalen en alles van Sjoerd wist.
Ik was iets minder logisch. Kende Sjoerd eigenlijk alleen van 'hoi' en 'doei', maar juist in deze onlogisch-heid was het logisch. Want hij zou mij nooit verdenken. We konden veilig bij mij thuis vergaderen. Bovendien had ik er ervaring met het aanvragen van een lintje en wist dus waar ik moest zijn, welke informatie nodig was, en waar je op moest letten.

Het proces ging voorspoedig. De ondersteuners schreven mooie epistels, wij vulden alle informatie aan, en alles werd op tijd ingeleverd. 

Maar toen begon het. De Kanselarij vond dat Sjoerd 'm hoe dan ook verdiend had. Maar waarom niet bij de lintjesregen? Nou, heel simpel: Sjoerd verdiende meer. Hij moest een speciaal podium krijgen. Dus hoppa, bezwaarschrift er tegenaan, en de Kanselarij ging akkoord.
Maar toen bleek een datum vastzetten voor de heropening van de kerk gedoe. Elke keer werd het weer uitgesteld. En toen er eindelijk een datum was, waren de ouders van Sjoerd op vakantie. 
Vervolgens wilden we het een week later doen, maar kwam er weer bezwaar vanuit de Kanselarij. En ondertussen alles nog geheim zien te houden voor Sjoerd en zijn ouders...wat een stress!

Maar behalve gedoe was het ook ongelooflijk leuk. Wat hadden we een lol tijdens het proces! We bedachten elke keer weer nieuwe verrassingen voor tijdens de uitreiking, en ja, dat zorgde voor nóg meer werk en spanning. Het regelen van een professionele cameraman, een boekje, een bijzondere koffer: het gaf nog meer voorpret, grappen en badend in het zweet wakker worden na een nachtmerrie over wat er allemaal fout kon gaan. 

Op zaterdagavond 28 maart was het zover. Toen iedereen (in het geheim) op tijd gearriveerd was in de Martinuskerk in Etten viel de spanning van me af. Wat kon er nog fout gaan?
Nou, genoeg dus. Speciale gasten Otwin en Karin werden te vroeg door ons naar binnen gestuurd, dus moest Femke even een hele brede rug maken om hen nog even verborgen te houden. En toen de gordijnen te vroeg open gingen, was Femke opnieuw onze redding: met een waanzinnig reactievermogen vloog ze als een kat letterlijk de gordijnen in om ze weer dicht te trekken. Goede kwaliteit gordijnen en rails trouwens, ze kwamen gelukkig net niet naar beneden zetten.

En toen was het zover. 


Oh, wat was het mooi! Wat was het speciaal om iemand zo in het zonnetje te kunnen zetten op zijn eigen feest. Iedereen die hem lief en dierbaar was, was erbij. En zo kreeg Sjoerd eindelijk wat hij misschien al veel eerder had moeten krijgen: openlijk erkenning voor al het werk wat deze bijzondere jongen voor Etten en zijn naasten doet!

vrijdag 13 maart 2026

Over Gibeon, bouwen en een struisvogel

'Ik lijk nu net op de mannen van Gibeon uit de Bijbel, mama!'
Ik moet even nadenken. 
‘Die hadden ook gaten in hun schoenen!’ 
Ah. Ik snap ‘m.

Zojuist heb ik Xander laten zien dat er een verklaring is dat hij de afgelopen tijd elke keer met natte sokken thuiskomt. ‘Dat komt door het voetballen’, meende Xander.
Hoe krijg je de onderkant van de sokken nat door voetballen? Nou, niet door het voetballen an sich. Wél als je met een snee in je zool over een plasserig schoolplein loopt. Dus gaan we zo maar eens nieuwe schoenen kopen.

Nemen we papa ook maar even op sleeptouw. Die is vandaag thuis aan het werk, en zit met zijn hoofd volledig in het te bouwen revalidatiecentrum wat naast het nieuwe ziekenhuis in Doetinchem verschijnt. Althans, in de bouwtekeningen, overzichten, en de eindeloze stroom mailtjes dan. Volgens mij heb ik hem nog niet eens fatsoenlijk pauze zien houden vandaag.

Als het mooi weer is, fietsen Xander en ik op weg naar school vlak langs het bouwterrein. We zien de bouwketen, weten achter welk raam hij zit, maar kunnen net papa’s hoofd niet ontwaren. En om nou met een verrekijker er te staan is ook zo wat. Maar regelmatig is Ronald daar wel aan het werk. En dan is het natuurlijk ook leuk om eens even op de bouwplaats te kijken! Dan doen we natuurlijk alsof Xander het heel interessant vindt. Maar stiekem ben ík degene die heel nieuwsgierig is.
Laatst was het zover. Er was bedrijvigheid, de twee uitvoerende poppetjes van Rots Bouw zaten toch te schaften, en we fietsten er toevallig langs. Leuk, om de bouw én de nieuwbouw van het ziekenhuis van een andere kant te zien!


Ik keek trouwens net eens even op mijn blog. Het is werkelijk waar bijna 2 maanden geleden dat ik wat postte! Ik denk dat de blogger in mij een verlate winterslaap hield. Combineer dat met een writersblock, een hoop andere dingen te doen, en de suggestie kwam op in mijn hoofd: zal ik er maar mee stoppen, met die blije huiskip?  
Nee, dat kan ik niet. Dat zou toch zonde zijn. Die blije huiskip heeft denk ik gewoon even een paar weken op een stokje met haar koppie in haar verenpak zitten slapen.
Maar het wordt lente en nu wordt ze eindelijk echt wakker. Tijd om weer eens een ei te leggen en te gaan broeden!
Alle gekheid op een stokje: het is vaak een kwestie van mezelf de tijd gunnen om verhalen te laten ontstaan in mijn hoofd. Want soms heb ik aan een zin van iemand al genoeg om een blog te schrijven. Maar ja, als ik mijzelf die ruimte en tijd niet geef, dan vliegen de dagen als een dolle voorbij, en is het maart voor je er erg in hebt. Dus sorry mensen: het heeft dit keer wel heel lang geduurd, maar ik ben er weer! Maar garanties geven over hoe veel, hoe vaak en hoe regelmatig: ik doe het niet. Ook dat hoort bij mij, het is soms bij mij alles of niets. En hoewel ik dat een vervelende eigenschap vind van mijzelf, kan ik niet doen alsof ik dat níet heb.

Wat is er weer een hoop gebeurd in de wereld in de afgelopen weken! 
Zo, dat is even een lekkere filosofische dooddoener om de afgelopen tijd te omschrijven. Ik zou nu een heel verhaal kunnen schrijven over Donald. En over bommen. En over influencers die voor achterlijk veel geld een privejet inhuren om weg te komen uit hun paradijsbubbel in die zandbak, en waar ik geen énkele medelijden mee hebben. Over onrechtvaardigheid. Over onzekerheid. Over slachtoffers. Over goed en kwaad. Ik kan er van alles over schrijven en van vinden. Maar deze huiskip is in deze kwestie getransformeerd tot struisvogel. Ze steekt steeds vaker haar kop in het zand. Simpelweg omdat ik geen zin meer heb in al het nare nieuws wat er is. In alle oorlogen die er voor mijn gevoel nu overal zijn.
Dus skip ik wat vaker het NOS nieuws. Ik doe mijn ogen stijf dicht als ik net over de grens de tank van de auto volgiet. Men, het doet anders gewoon pijn aan de ogen als ik zie hoe snel de getalletjes van de prijs omhoog schieten ten opzichte van het aantal liter. Maar ik mag niet klagen, we kunnen het betalen en dat stemt ons dankbaar.

En ik hou me bezig met mijn eigen bubbel. Met de dagelijkse gang van zaken. Met het huishouden en mijn werk. Met Xander, waar het goed mee gaat, maar die wel de nodige aandacht en begeleiding nodig heeft. Zoals een nieuwe meester wat wennen is, de zwemles die goed gaat maar spannend blijft, en de overige sociaal-emotionele uitdagingen die hij heeft.
En verder spelen er nog wat leuke geheime dingen waar ik druk mee ben, maar nog niks over kan zeggen. Cliffhangertje dus! 😉

zaterdag 17 januari 2026

Pechgeval

Of ik veilig stond?, werd me gevraagd via het keuzemenu van de ANWB-hulplijn. Ja hoor. Ik stond aan de goede kant van de vangrail, met mijn gele veiligheidshesje aan. Alarmlichten aan. Ik had keurig de gevarendriehoek uitgezet. Wel tegen de trekhaak aan, want ik wist niet hoe ik het ding moest neerzetten zonder dat hij om zou vallen (daar kwam ik achter toen ik 'm later weer in de kofferbak legde). Maar hij stond er.

Dus beantwoordde ik die vraag over veilig staan met JA. En werd ik doorverwezen naar het online meldpunt. 
Daar stond ik dan: het razende verkeer kwam met 100+ kilometer per uur een paar meter van me af voorbij razen. En ik worstelde me online door allerlei administratieve vragen heen via de link die ik in een SMS had gekregen.

Domoor dat ik was: natuurlijk was dit geen veilige plek! En toen ik vervolgens online de vraag of ik langs de snelweg stond met JA beantwoordde, werd gemeld dat ik wel degelijk weer meteen moest bellen. Dus deed ik dat. A15, 102,9 links aldus het hectometerpaaltje.
Ik had de hoorn er nog niet opgelegd, of er kwam een sleepwagen aan. Hij minderde vaart, kwam de vluchtstrook op, en reed achteruit naar me toe. 'Waar is de sleutel?'
Die lag nog in de auto. In de achterbak, waar ik had staan rommelen in de krat voor het hesje en de gevarendriehoek. 

Drie keer met mijn ogen knipperen, en de rode bolide stond al bovenop de sleepwagen.


'Kwam je toevallig langs?', vraag ik, in mijn naïeve onwetendheid aan de man in zijn oranje kleding. 'Welnee, ik had een melding gekregen dat je er stond'. 
'Oh...'
'Heb je de ANWB al gebeld?', vraagt de man.
'Ja, zojuist. Maar jij bent toch via de ANWB hier naartoe gestuurd?'
De man kijkt me beetje verwonderd aan. 'Welnee, we zagen je via het camerasysteem staan. En jij moet zo snel mogelijk de snelweg af. Dus stap maar alvast in de vrachtwagen, ik ben bijna klaar.'

Een beetje beduusd klauter ik de hoge vangrail weer over. Het gaat niet bepaald soepel, want met al die sneeuw en regen in de afgelopen dagen zak ik centimeters diep weg in de berm. En zo'n vangrail lijkt een laag randje, maar van dichtbij is het nog een behoorlijk hek. Als een sierlijke hinde erover heen springen lukt me helaas niet, en dus worstel ik me door en over die grijze dingen heen. Weg met de schaamte, kleine kans dat ik passanten van dat moment ooit nog eens zie. 

Poeh. In die vrachtwagen voelt het eigenlijk toch wel wat veiliger. 
'Zo. Ik breng je naar Lukoil, een tankstation bij afslag Gorinchem. Daar kan de ANWB je verder helpen.' 
Ok. Ik vind het best. Ik stuur ondertussen Ronald even een berichtje. En ondertussen word ik door Rijkswaterstaat-meneer afgemeld bij de centrale. 'Goedemorgen, melding A15 102,9 links is van de weg af'. 

Aangekomen bij het tankstation wordt de Focus weer de vrachtwagen afgerold. En ondanks de bedrijvigheid daar voelt deze plek als een weldadige rust. Wat geeft zo'n snelweg eigenlijk een hoop kabaal, zeker als er ook nog eens achter je een eindeloze rij goederenwagons langsdendert over de Betuwe spoorlijn. 

Eigenlijk best wel gewaagd, langs zo'n drukke weg niet alleen moeten stoppen, maar ook nog eens extra de vluchtstrook oplopen om allevier de banden te checken. 
Maar ja. Ik voelde het zo duidelijk! Mijn stuur begon te klapperen in mijn handen. Ik dacht nog: spoorvorming. Maar het werd niet minder na het wisselen van rijbaan. En op de vluchtstrook ook niet. Ik trok nog maar weer eens op, op de vluchtstrook, maar weer begon het stuur te klapperen. Dus kon het maar 1 ding zijn: een lekke band.
Maar hoe ik ook keek en checkte: het was geen lekke band. En de Rijkswaterstaat-meneer bevestigde het ook: de banden zien er goed uit. Hooguit rechtsvoor iets zacht.
Waren de banden net verwisseld, zodat er misschien een wiel niet goed vastzat? Nee, deze 4 seasons zaten er al driekwart jaar op.
Ik begon een beetje te twijfelen aan mezelf. Werd mijn auto nu voor niks afgesleept? Zou toch ook een bak zijn!

De Wegenwachter kwam, tien minuten nadat ik bij het tankstation was afgeleverd. Hij hoorde mijn verhaal aan, zag de Focus, en had gelijk al een eerste voorlopige diagnose: computerstoring in het ABS systeem. Probleem wat vaker voorkomt bij deze auto van dit bouwjaar.
'Het systeem is dan van de leg, en gaat dan uit zichzelf ingrijpen bij de rem bij 1 van de wielen. En ja, dat voelt precies alsof je een lekke band hebt.'

We gingen samen maar eens een proefrit maken. Zul je altijd zien: niks aan het handje hè. Het schaamrood steeg al naar mijn kaken. Al die heisa straks voor niks! Maar eigenlijk was dat een goed teken. Het bevestigde het vermoeden van de Wegenwachter. Als je namelijk de auto uit zet en weer aan, reset hij zichzelf. 

We reden gemoedelijk samen over de snelweg. We kletsten. Over Wegenwachter zijn, over agressie bij klanten, wapens in auto's, mensen die geen geld hebben en verwachten dat de Wegenwacht hun auto weer tiptop in orde maken, en nog meer van zulke bizarre dingen die hij onderweg meemaakte. Mijn mond viel af en toe open van verbazing. 'Ik vind mijn werk bij de Wegenwacht zó leuk! Maar tegelijk: ik heb nog nooit in mijn leven 112 hoeven te bellen, totdat ik bij de Wegenwacht kwam werken'.
Net als bij hulpverleners die te maken hebben met aggressie: dit is zo bizar! Mensen die alleen maar willen helpen worden gewoon bedreigd!

Na een heel aantal kilometers kwamen we weer terug bij het tankstation. De auto reed als een zonnetje, geen vuiltje aan de lucht. De beste man van de gele brigade las nog even alles uit, maar er was zelfs geen foutmelding te bekennen in het systeem. 
Alleen bij het remmen merkte de man dat dit anders voelde dan moest, en ook dat was een bevestiging van de storing. 
Enerzijds frustrerend, anderzijds goed nieuws. Ik kon gewoon verder! Gebeurde het weer, dan moest ik simpelweg even naar de kant van de weg, auto uitzetten, even wachten, auto aan, en dan moest het weer in orde zijn.
Een uurtje later dan gepland kwam ik veilig in Alblasserdam aan. Nergens geen last meer van gehad. En ook op de terugweg liep de Ford zoals die moest lopen. Of nou ja, rijden natuurlijk. 

dinsdag 13 januari 2026

Onrust en rust

Er stond al een concept klaar met een Nienke-aanse beschouwing omtrent de ontvoering van meneer en mevrouw Maduro van Venezuela. Over een vakantietripje richting New York zonder einddatum, bungelend aan een helikopter met de pyjama nog aan enzo. Maar met dat ik zulke teksten schrijf en nog eens even laat rusten en overdenk, is alles alweer achterhaald en vliegen we alweer door naar het volgende bizarre of extreme nieuwsfeit. 
Wat een onrust in de eerste dagen van het nieuwe jaar! En als ik niet oppas, word ik, nieuwsfreak als ik ben, meegezogen in die onrust van de dag. Nog weer eens de nieuwsapp openen, wat is er nu weer gebeurd?
Overigens niet alleen de schuld van Donald hoor. Alhoewel hij momenteel nogal onrustig oogt, steeds schreeuwend vanuit een ronkend vliegtuig, about Greenland that is from America enzo.

Ook in Nederland was het onrustig, want ja, we hadden sneeuw. Toch gek: als er één weertype is die zorgt voor rust, vertraging en demping, dan is het wel sneeuw. En toch worden we er met z'n allen ongelooflijk druk van. Ofwel van opwinding omdat het zo leuk is. Ofwel van spanning, want oh en ah, wat is sneeuw eng! 'We' hadden code oranje, en 'we' mochten indien nodig de kinderen van school thuishouden, want het zou vreselijk zijn onderweg. 
Nou, 'we' hebben vooral geprobeerd daar zo min mogelijk aan mee te doen. We hebben keurig ons stoepje geveegd, ons er goed op gekleed, ons tempo en onze voorbereiding aangepast en zijn vooral doorgegaan met ons leven. 
Er was weinig aan de hand. Ja, het was soms glad onderweg. Voor mij een teken om het tempo iets aan te passen en voorzichtig de bochten te nemen. Met als resultaat: er zo'n 5 á 10 minuten langer over doen, van en naar school. Nou nou, poeh poeh!
Voor manlief waren deze omstandigheden het teken om juist bij elke bocht even verantwoord de handrem aan te trekken of extra hard te remmen of op te trekken. 'Je moet weten wat je auto doet met die omstandigheden'. Klopt. Ik weet dat zo óók wel, de man test dat graag even. Meerdere keren achter elkaar. Het liefst de hele weg door eigenlijk. Snap ik wel. Maar dat mag hij dan vooral in zijn eentje in de auto van de zaak doen. 
En verder genoten we vooral van dit weer. En ik zorgde extra voor de vogel vriendjes, die met kou en sneeuw onze hulp goed konden gebruiken! 


Zaterdag gingen we naar een sublieme slee-plek bij Laag Keppel, waar we alledrie weer even kind waren. Wat een cadeau, dit weer! Zijn we eens een jaar níet in de bergen in de winter, hebben we toch ook dit jaar een winter gevoel! 


Overigens gaan we dit jaar wel weer naar de bergen hoor, de zomervakantie hebben we geboekt. Surprise surprise, augustus, dan horen en lezen jullie het. Nog heel even geduld. 

Inmiddels zitten we weer goed in het dagelijkse ritme. Wekker die om 6.30 uur gaat, school, werk, zwemles, huishouden, en een eindeloze to-dolijst die nooit minder wordt. 
Ook hebben we deel 2 van ons nieuwe garagedeur-project erop zitten. Of erín eigenlijk. We hadden gedacht dat dit tevens het laatste deel van de latei-loze garagedeur-muur-soap zou zijn. Mis! Niet alles bleek in het pakket te zitten. Dus zit de deur er wel in, maar moet er nog één en ander afgewerkt worden.
En dus maakte Ronald afgelopen vrijdag opnieuw houten platen voor de gaten die er nog waren. En mag de meneer uit Harderwijk over een paar weken voor de derde keer naar Etten rijden. Drie keer is vast scheepsrecht! 

donderdag 1 januari 2026

Happy New Year!



Het is 2026! Allereerst wil ik al mijn bloglezers een heel goed, gezond en gezegend nieuwjaar toewensen. Met natuurlijk weer veel leesplezier op dit blog!

Ik hoop dat bij jullie allen de vingers er nog áán en de ogen er nog ín zitten. Want er is zoveel geknald de afgelopen nacht! Nu zijn we zojuist met ons nieuwjaars-ommetje gelukkig geen onderdelen tegen het lijf gelopen, maar wel heel veel troep, een opgeblazen hondenpoep-bak en een kledingbak die door een goedgeplaatste vuurwerkaanslag aan de wandel is gegaan. Maar dat alles valt natuurlijk in het niet bij wat je nu ziet als je de NOS app opent.
Oud en Nieuw vieren moet een feestje zijn, maar dat straalt de app nu even niet bepaald uit. Wat een ellende! Geweld, vernieling, een kerk uitgefikt, diverse dodelijke vuurwerkongevallen, en dan de enorme ramp in Zwitserland, die ons allemaal doet terugdenken aan Volendam, 25 jaar geleden.
Ik stel me nu al die families voor, die het nieuwe jaar moeten beginnen met het regelen van een uitvaart. Of al die patiënten die het nieuwe jaar beginnen met vuurwerkletsel, en vanaf nu hun hele leven lang achtervolgd worden door de gedachte: 'Had ik maar...'

Ik heb er verder denk ik niet zo'n mening over hoor. Steek je wel graag vuurwerk af, dan snap ik dat je het een fijne traditie vindt en baalt van het verbod. Ben je erop tegen, dan snap ik je ook heel goed. Ik heb nog nooit in mijn leven een euro uitgegeven aan die in mijn ogen zijnde onzin. En je zult maar hulpverlener op de Spoedeisende Hulp zijn: hoe frustrerend is dat, zoveel letsel wat voorkomen had kunnen worden. Maar ja, al die drugs- en drankgerelateerde problematiek waar ze mee moeten dealen, dat vind ik net zo zonde van de zorgcapaciteit.
Goed, ik schreef dat ik er geen mening over heb, dat horen jullie wel.

Nu hoeft niet iedereen zo'n rustige Oud en Nieuw als ons te hebben, want dan werd het wel een hele saaie bedoening. Dit jaar bij ons enigszins noodgedwongen, alhoewel ik me afvraag of het in huize Sloetjes er veel heftiger aan toe zou zijn gegaan als dat niet zo was.
Noodgedwongen, want ziekte. Hadden we ooit eerder met Oud en Nieuw: pseudokroep bij een 2-jarig kereltje. Zaten we om 23:30 te stomen in de badkamer.
Nu was het griep. Een good-old ouderwetsch viraal exemplaar, die we hoogstwaarschijnlijk opliepen tijdens een superspreading-event: het clubfeest van de kerk. Want niet alleen wij waren geveld, er waren veel meer slachtoffers te betreuren. 
Dit venijnige exemplaar had vooral Xander goed te pakken! Vanaf zaterdag al de pineut, en op het ziekste moment lag hij alleen maar te slapen, kregen we hem bijna niet meer wakker, wilde hij zelfs niet meer drinken, en vroegen we ons af: gaat dit goed? Eén belletje naar de huisarts om advies, en we moesten prompt binnen drie kwartier langskomen. Met zijn voorgeschiedenis wordt hij extra snel beoordeeld. Conclusie: alles is goed, alleen gewoon goed ziek door een virus. Nou, zover waren wij inmiddels ook met onze conclusie, maar het is wel fijn dat de huisarts altijd even goed tijd voor hem neemt en hem goed nakijkt.
Hij knapt gelukkig goed op, maar het gaat niet zo snel als eerdere wederopstandingen die hij had na een ziekteperiode. Slap, donkere kringen onder de ogen, eetlust komt maar langzaam terug, en een klein stukje lopen vergt behoorlijk energie. Plus dat hij nu alles bij elkaar hoest en proest. Maar de weg omhoog is weer ingeslagen!
Ikzelf deed ook gelijk maar mee. Niet zo heftig, maar toch even een paar beroerde uurtjes. 

Gelukkig was ik op oudejaarsdag ietwat hersteld om voor het eerst in mijn leven zelf oliebollen te bakken. Ik hoefde niet veel te bakken, maar ik vond het gewoon leuk om eens gedaan te hebben. En ja, voor herhaling vatbaar! Ze waren erg lekker, ik denk door het goede rijzen dat ze zo lekker luchtig waren. En het viel me mee hoeveel werk het was.


De avond was rustig, althans ín huis. Buiten werd flink geknald! Xander lag er rond 21.00 uur in, maar werd om 23.15 uur wakker door het geknal. Hij was volledig in paniek!
Wat een verschil in kinderen: er lopen er hier in het dorp van zijn leeftijd op oudejaarsdag met hun rugzakjes om eindeloos te knallen. Maar Xander is de andere kant. Hij komt de hele oudejaarsdag niet buiten vanwege zijn angst voor knallen, en toen het 's avonds steeds erger werd, en hij om 23.15 uur met grote paniek in de ogen en de vingers in de oren vroeg of dit al het ergste was, moesten we hem meedelen: nee jongen, het gaat nog veel erger worden. 
Ronald kwam op het lumineuze idee: de noicecancelling koptelefoon! Die had Xander gekregen tijdens zijn ziekte, maar die durfde hij nooit op. Maar nu de knallen zo heftig waren, wilde hij hem wel op, terwijl hij ondertussen Rail Away keek en één van ons naast hem op de bank zat.
Op deze manier was het te hendelen voor hem. Hij was nog wel gespannen, maar de ergste angst was weg. Beetje jammer dat ze juist bij ons in de buurt vrij lang door gingen met het afsteken van vuurwerkpotten, maar goed, dan nóg maar weer een aflevering van Rail Away er achteraan. 
Om 1.00 uur konden we gaan slapen, en hoe heerlijk is dan de rust als je wakker wordt! 

En nu is het zo'n typische 1 januari. Beginnen met een verfrissende douche, een ommetje door het dorp, af en toe een oliebol, en kijken naar skischansspringen met het ongeëvenaarde commentaar van Evert ten Napel. Happy New Year!

zaterdag 20 december 2025

Drukke weken

De decembermaand is normaliter een maand waarin we ons niet hoeven te vervelen. Genoeg feestdagen met de daarbij behorende taken en verplichtingen, en een vakantie waarvoor van alles nog moet worden afgerond. 
Maar dit jaar brachten de laatste weken van dit jaar voor ons wel heel veel diverse turbulentie met zich mee! 

Mentale crash
Het begon al in oktober, met mijn mentale crash door het afbouwen van de medicatie. Gelukkig deed de antidepressiva weer vrij snel zijn werk, maar het herstel ging langzamer dan gedacht en gehoopt. Eigenlijk van de zotte: als ik nu terug kijk heb ik mezelf heel snel weer terug geknokt op mijn oude niveau. Binnen 2 maanden functioneer ik weer redelijk normaal. Maar op dat moment voelde het alsof het trager ging dan ooit. Zal wel komen doordat ik zoveel werk zag liggen om te doen, maar wat nog niet lukte om op te pakken. 
Het goed slapen bleef lang lastig. Maar inmiddels lukt het me nu sinds een week om zonder oxazepam te slapen, en maak ik soms al bijna 7 uur per nacht.

Ouders
Maar waar ik in de lijn omhoog zit, ging die bij mijn moeder heel hard naar beneden. Letterlijk: ze kwam namelijk lelijk ten val in november. Gevolg: een verbrijzelde bovenarm, waardoor ze niks kon. Mijn vader werd fulltime mantelzorger, en ondanks dat ik op 120 km afstand zit, ben je er toch mee bezig. Hoe gaat het? Is er hulp nodig? Wat zijn de laatste ontwikkelingen?
En toen gebeurde er iets wat menselijkerwijs gesproken niet op een slechter tijdstip kon gebeuren. Mijn vader kreeg een paar weken geleden een herseninfarct. Weg viel dus de mantelzorg voor mijn moeder. En toen werd het even heel hard improviseren, vooral voor mijn broer en schoonzus.
Maar langzaam komt de rust gelukkig terug. Mijn vader revalideert hard, en het gaat echt de goede kant op. De ontslagdatum is zelfs al ingepland! En ook de verbrijzelde arm van mijn moeder lijkt langzaamaan te herstellen. De pijn neemt af, en met hulp van thuiszorg en ondersteuning redt ze zich. 
Maar dit alles zorgde voor behoorlijk wat turbulentie, ook bij ons. Overleg, contactpersoon zijn voor de familie, er naartoe, extra koken: we doen het met liefde, maar het maakt deze tijd niet echt rustiger.

Sinterklaas
Net als vorig jaar kwam ook dit jaar Sinterklaas naar Rots Bouw. Vorig jaar had ik al een enigszins kritisch stukje over zijn komst geschreven. Nou ja, op zich vond ik dat kritische wel meevallen. Maar ik had er niet op gerekend dat Sinterklaas mijn blog volgt! 
Na zijn optreden dit jaar, een aantal dagen later, kwam manlief de goedheiligman in de wc tegen. Incognito (Sinterklaas dan), dus ik vermoed dat Ronald op dat moment niet heeft hoeven helpen met het omhoog houden van zijn mantel. 
Goed, een wc-onderonsje dus. En daar kwam de vraag: hoe was zijn optreden dit jaar bevallen? Had ik daar dit jaar weer wat over geschreven?
Uh, nee, nog niet. Maar als Sinterklaas dat nu graag wil, dan doe ik dit alsnog met alle plezier hoor!

Lieve Sinterklaas, ik begin onmiddellijk positief: wat fijn dat u er dit jaar weer was! 
Maar ik was wel erg verbaasd: wat was u ineens lang geworden dit jaar! Ik dacht dat je met het ouder worden steeds een klein beetje krimpt. Had u stiekem groeihormonen geslikt ofzo?
Uw aankomst was dit jaar....ehm....een klein beetje saaaai. Vorig jaar kukelde u bijna het ponykarretje af met het nemen van de bocht. Maar dit jaar zagen we u buiten niet eens aankomen. Ineens stond u binnen. O wacht, Sinterklaas is er al!
Maar u zag er dit jaar wel wat netter uit. De baard en snor en haren goed gekamd. Chapeau!
Overigens had u niet alleen groeihormonen geslikt, maar ook spraakwater: wat was u lang van stof! En u had niet helemaal door dat de spanningsboog van kinderen niet zo lang is. Dus terwijl u serieus vragen bleef stellen aan één en hetzelfde kind, lagen op de achterste rij de kinderen onder de tafel te dweilen tussen de pepernoten, die eigenlijk maar 1 ding dachten: Ik. Wil. Nu. Mijn. Cadeautje!
Ze moesten echter nog anderhalf uur wachten. Dus vergeef me Sinterklaas, ook ik ben, net als diverse andere kindjes, halverwege even naar de gang gegaan. Gewoon, even hollen en springen en mijn energie eruit gooien. 
Maar uiteindelijk had iedereen zijn aandacht en cadeautje, en daar ging het om. Dank u wel Sinterklaasje! 


Controles en verjaardag
Naast Sinterklaas hadden we zowel de controles in het Maxima als ook de verjaardag van Xander. Gelukkig hele goede uitslagen, maar ook cadeautjes regelen, traktaties voorbereiden, visite, taart bakken, slingers ophangen: genoeg te doen dus! 


Garagedeur
We hadden een gedoetje met onze garagedeur. Een vorige bewoner dacht dat het slim was om bij de bouw van de garage de bakstenen bovenop het frame van de kanteldeur te metselen. Tja, en als je dan een nieuwe deur geïnstalleerd wilt hebben, en de oude moet eruit gesloopt worden en je weet het niet...dan trek je dus je halve muur naar beneden! Nou ja dat gelukkig nog net niet, maar de boel moest gestut worden, en eerst moet er van alles aangepast worden voor de nieuwe deur gemonteerd kan worden. Ook weer extra denk- en doewerk die we niet helemaal voorzagen.


Zwemles
En na een klein jaar op de wachtlijst te hebben gestaan, begon Xander ook nog eens met zijn zwemles! Hij vond en vindt het spannend, maar de eerste paar lessen zijn goed gegaan. Een klein groepje in een zorgbad, dus veel aandacht en lekker warm water. We moeten er wat verder voor rijden, maar het belangrijkste is dat zijn angst voor water steeds minder wordt, en hij straks met plezier kan zwemmen. 

En nu hebben we vakantie. Gelukkig zijn de feestdagen niet heel vol gepland, en dat komt nu best even goed uit. Het gaat goed met me, maar dat wil ik graag ook zo houden. Op dus naar een ietwat rustiger einde van dit jaar!

maandag 1 december 2025

Een bijzondere controle-ronde

Het was weer zover: de inmiddels viermaandelijkse controles van Xander in het Maxima. En dit keer was het een bijzondere ronde. Niet omdat we al gruwelijk vroeg moesten beginnen, en we om 6.10 uur in de auto zaten. Niet omdat we dit keer naast de gebruikelijke afspraken ook bij dr. Lilien, kindernefroloog in het WKZ, moesten aantreden. Niet omdat het inmiddels al 3 jaar geleden is dat Xander schoon werd verklaard.
Nee, we hadden vandaag een speciale gast bij ons: meester Bart!

Meester Bart is meester op de Isselborgh, de school waar Xander op zit. Niet dé meester van Xander in groep 4, maar gewoon....meester. Meester Bart. 
Officieel is hij leerlingcoördinator. En opleidingscoördinator. En tijdelijk adjunct-directeur. En hij vangt leerlingen op. En hij voert gesprekken met ouders, hulpverleners, stagiaires, inspecties, commissies, leerlingen enzovoorts. En hij vergadert. En valt in als een juf ziek is. En regelt dat de taxi's op dit moment enigszins naar behoren parkeren bij een school die op dit moment onbereikbaar is. En hij is voetbalmeester. Dat wil zeggen: een meester die met de kinderen mee voetbalt.
Kortom: zo'n exemplaar die elke school wel kan gebruiken. Meester Bart dus.

We kwamen er lang geleden op: is het een idee om eens iemand anders buiten onze kring mee te nemen naar de controles? Om zo de bubbel eens wat groter te maken. Om Xander uit te dagen meer te gaan vertellen én trots te zijn op wat hij elke keer doet. Want ja, het is voor ons zo normaal. Maar het ís niet normaal wat hij elke keer doet in het Maxima. En dat mag gezien worden.

Na wikken en wegen werd het meester Bart. Want meester Bart voetbalt met Xander. En als je dat doet, heb je niet één maar wel drie streepjes voor bij Xander. En meester Bart had een stukje vertrouwen gewonnen bij Xander.
Bovendien sneed het mes aan twee kanten. Want door iemand van school mee te nemen, geef je school meer kennis en kunde van het Maxima. En dat is een pré voor alle toekomstige kankerpatiëntjes die ooit op de Isselborgh zullen zitten.

Meester Bart werd door mij voorbereid, door Xander officieel meegevraagd, en meester Bart zei ja! Die trok hij abrupt in toen hij hoorde dat hij dan wel om 6.15 uur op de carpoolplaats moest staan, maar nee, dat was natuurlijk een grapje! Hij wilde heel graag mee. En dus keek Xander er echt naar uit om naar het Maxima te gaan.

Na een drukke heenweg met Heel. Veel. Auto's kwamen we ruim op tijd aan in Utrecht. En we begonnen meteen met het minst leuke: bloed prikken. Meester Bart werd de gang op gedirigeerd, want bij het bloedprikken, dáár kon Xander hem niet bij gebruiken. Dus dat deed meester Bart braaf. Maar de rest van alle onderdelen, daar mocht meester Bart bij zijn! 


En dus werd er meegekeken en gepuzzeld met echo-plaatjes, werd er om het hoekje meegeloerd met de longfoto, en werd er tussendoor vooral ook veel gespeeld en de Maxima-Sprint-kampioenschappen gehouden. Bij dat laatste onderdeel vloog meester Bart bijna bij een patiëntje in bed die net de lift uit reed, maar hij kon er precies op tijd een bochtje omheen maken.


Alleen bij de nefroloog, daar werd het ietwat ongemakkelijk. Want de nefroloog heeft de rare hobby om te gaan praten over plasjes en ander spul. En het is toch eigenlijk een beetje gek, om in bijzijn van de meester uitgebreid over je darmstelsel en diens inhoud te gaan hebben. En hoe het één en ander eruit komt. Maar meesters moeten soms ook bijleren, en dat had meester Bart naar eigen zeggen gedaan. En de nefroloog was verder zeer tevreden. 

Op naar de leukste en vrolijkste oncoloog van Nederland: Martine. Ze was aangenaam verrast door de aanwezigheid van meester Bart, en vond het echt heel bijzonder dat iemand van school een dag ervoor opgaf om mee te kijken. Kankerbehandeling is namelijk niet iets alleen van een oncoloog, de patiënt en ouders. Alle aspecten zijn belangrijk, ook school. En hoe mooi is het als een school zo de verbinding wil liggen, ook voor eventuele toekomstige patiëntjes.

Tot slot maakte dokter Martine deze controle-ronde nog weer een beetje extra bijzonder.
We mogen namelijk nu 6 maanden wegblijven. En daarna weer 6 maanden. En dán, als alles goed blijft gaan, gaan we over naar 1x controle per jaar! En ze voegde er de volgende woorden aan toe:
'Het gaat zo goed met Xander, het is nu 3 jaar na zijn behandeling, ik denk niet dat de kanker nog terug gaat komen'.
Ze is geen helderziende. Maar het vertrouwen dat ze ons hiermee geeft...wow! 

Dr. Martine legt aan Xander uit dat er écht, écht geen foute celletjes meer in zijn lichaam zijn (hij had er onlangs over gedroomd dat ze weer terug waren), en dat ze ook verwacht dat die niet meer terugkomen! Een arts in opleiding luistert mee.

Het was een bijzondere dag. Het was fijn om iemand van Xanders school mee te laten kijken met onze wereld in het Maxima, en de sfeer te laten voelen. Het was mooi om Xanders trots te zien en te horen. Het was bijzonder om een rondleiding te mogen geven, en al die plekken te laten zien waar zoveel herinneringen van ons liggen. 
Dank je wel, meester Bart!

zaterdag 8 november 2025

Soms ben je ergens zó dichtbij

Ik had mijn overwinningsblog al in mijn hoofd zitten. Ik wist precies wat ik zou schrijven, hóe ik het zou schrijven, en ik kon precies vertellen waarom het intensieve proces van de afgelopen tijd uiteindelijk een succes was.

Tot twee weken geleden. Ik crashte. En niet een klein beetje, dat je denkt: we proberen het nog even. Misschien een nachtje of twee beter slapen, en dan heeft ze ‘m weer. Nee, al snel werd duidelijk: dit ging niet goed. Ik tuimelde in een noodgang de berg af. Of nee, eigenlijk voelde het meer alsof ik vanaf de top een diep ravijn in viel. Steeds harder. Het draaide om me heen. Ik wist op een gegeven moment niet meer wat onder of boven was.
Eén ding realiseerde ik me wel: ik moet weer beginnen. Dit gaat té hard naar beneden. Als er nu niets gebeurt weet ik niet waar het eindigt. Of misschien weet ik dat wel, maar is dat te pijnlijk en te hard om te verwoorden.
Met pijn in mijn hart slikte ik die nacht mijn tablet weer naar binnen.


Mijn antidepressiva. Precies 7 weken lang had ik op 0 gestaan. Wat een rare gewaarwording: na 20 jaar geen enkel medicijn meer slikken. Gewoon op de badkamer tanden poetsen, mijn haar in een staart, en niet meer dat automatisme van het stripje pakken en dat pilletje nemen. Wat was ik trots! Elke dag telde ik dat ik ‘m niet meer slikte.

Een kleine anderhalf jaar daarvoor was ik begonnen met afbouwen. Gewoon. Omdat ik voelde dat ik het wilde proberen. Omdat ik wist dat ik, mede door de ziekte van Xander, veranderd was. Ik wilde weten wie ik zou zijn zónder. Zonder hulp of begeleiding. Zonder dat de buitenwereld het wist. Want ik wist: ik zou meningen en commentaar horen. En dat wilde ik niet. Ik wilde niet horen wat anderen ervan zouden vinden. Ik wilde niet weten wat wel of niet verstandig zou zijn. Ik wilde niet overwegen of het wel het goede moment, het goede seizoen of de goede periode in mijn leven zou zijn.
Dus in plaats van 150 mg Sertraline nam ik 100. En die moest ik van mezelf een halfjaar slikken. En dat deed ik. En dat ging. Sterker nog, het ging goed.
Na een halfjaar hetzelfde riedeltje. Nu van 100 naar 50 mg. En het bleef goed gaan. Wow, in totaal 100 mg eraf, en ik deed het gewoon!
Nee, het leven was echt niet altijd halleluja. Er waren perioden met veel stress, en er waren betere perioden. Maar ik bleef staande. En ik voelde hoe ik langzaam verder veranderde. Dingen in mij werden duidelijker. Ik voelde me op bepaalde fronten dichter bij mezelf komen.   

Eind augustus, toen we weer terug waren van vakantie, besloot ik de laatste 50 mg te laten staan, en was ik eindelijk pilloos. En een poos leek het goed te gaan. Leek.
Want toen ik eenmaal crashte en terugkeek, waren er al langer signalen geweest die me waarschuwden. Ik begon steeds meer een ‘bleeh’ gevoel te krijgen. En het slapen ging steeds een klein beetje slechter. Heel licht, en steeds vroeger wakker. Totdat ik ineens helemaal niet meer sliep, en de uren dat ik wakker was alleen nog maar paniek voelde.
En toen wist ik: er moet nu ingegrepen worden. Midden in de nacht stond ik op en nam ik mijn eerste 50 mg Sertraline weer.
Met pijn in mijn hart. Met teleurstelling dat het niet gelukt was. Met opluchting, want als ik deze pillen ging slikken, dan zou het vast snel weer beter gaan.

Het is ruim twee weken na mijn crash. Ik zit weer op 100 mg. En heel langzaam aan gaat het ietsje beter. Ik begin weer beter te slapen, en langzaam lukt het me weer om dingen te doen. Maar het heeft tijd nodig. En het lijntje is heel dun. Het voelt wiebelig.

Ben ik nu terug bij af? Is alles nu voor niets geweest? Kan ik niet zonder?
Ondanks dat mijn gevoel wat anders zegt, kan ik gelukkig met mijn hoofd heel duidelijk ontkennend antwoorden op deze vragen.
Nee, ik ben niet terug bij af. Ik heb ongelooflijke moed en lef gehad om dit aan te gaan. Tot aan 50mg ging het goed. Ik heb mezelf beter leren kennen, en heb meer gevoeld.

Waarom het dan toch mis ging?
Het laatste stuk wilde ik teveel en ging ik veel te hard. Onlangs bekeek ik uitleg van dr. Mark Horowitz, en ik kreeg ongelooflijk veel inzichten in het afbouwen van deze medicatie. Dit had ik eigenlijk moeten weten vóór ik ging afbouwen!


Het lijkt alsof met mijn crash mijn ‘ziekte’ weer naar boven kwam in de vorm van paniekaanvallen en slapeloosheid. Maar het is niet mijn ziekte die naar boven komt: dit zijn de heftige ontwenningsverschijnselen die deze middelen geven. Antidepressiva: ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Ik slik het nu 20 jaar, maar tegelijk voel en merk ik ook wat voor drugs het is.

Zoals dr. Horowitz het uitlegt: afbouwen is het naar boven komen bij diepzeeduiken. Elke keer weer een aantal meter naar boven, en daar een poosje blijven voor je verder naar boven gaat. Anders wordt je ziek door het verschil in druk. En merk je dat je je niet goed meer voelt? Dan weer terug naar het niveau dat je je wel weer goed voelt.

Voor nu is het nu zaak om weer stabiel te worden. Mét antidepressiva. En als ik ooit weer voor langere tijd stabiel ben, hoop ik het opnieuw te proberen. Wanneer? Dat zal de toekomst uitwijzen.  

woensdag 22 oktober 2025

Herfst en een dagje Den Haag

Het is nu echt herfst aan het worden. Wisten we allang natuurlijk, maar de eerste code oranje hangt nu in de lucht. Of nee, in het nieuws. Vanwege storm Benjamin. Ik zag vandaag de eerste dramatische krantenkoppen, met de waarschuwing: ‘... en uitkijken voor rondvliegend puin’. Puin nogal liefst. Als ik aan puin denk, denk ik heel eerlijk gezegd aan Gaza. Niet aan het nogal opgeruimde en aangeharkte Nederland.  
Maar goed, ook al is het aangeharkt, met een flinke storm kan er ook dan het nodige rondvliegen. In januari 2018 vlogen hier ook de pannen van het dak. Toen ze vlogen was het nog géén puin, bij de landing in de tuin van de buurvrouw wel.

We gaan het zien of het inderdaad wordt wat men denkt dat het wordt. Invloed hebben we er niet op, en de verschillen kunnen lokaal groot zijn. Zo was van de zomer een code rood in Winterswijk op bepaalde plekken niet gek geweest, maar vroegen wij ons in Etten af waarom er überhaupt een code geel was afgegeven.
Neemt niet weg dat ik wel vind dat je een waarschuwing niet volledig naast je neer moet leggen. Dus heb ik vanmiddag de lichte tuinstoelen even opgeruimd, en al het overige wat snel gaat bonken, vliegen of verschuiven vastgezet of weggehaald. Niet omdat ik bang ben, maar omdat ik geen zin heb om het weer per minuut in de gaten te moeten houden op zo’n moment.

Afgelopen maandag gaven ze ook niet al te best weer op. Precies op de dag dat we er met z’n drieën er een dagje op uit gingen.
Ik was namelijk jarig, en als je me een beetje kent, dan weet je dat ik niet zo heel erg van de verjaardagen ben. Ik vind het namelijk, behalve de aandacht die natuurlijk heel lief is, vooral gedoe, vermoeiend, en weinig energie géven. En het is lief bedoeld, die cadeautjes, maar het over en weer ‘moeten’ schuiven van vervuilende spullen of cadeaubonnen terwijl we met z’n allen al zoveel geld en spullen hebben? Die vind ik soms persoonlijk heel lastig. Als je het wil doen, prima, en als het iets zelfgemaakt is: HOERA! Maar zodra het iets wordt in de trant van ‘zo doen we het altijd’, en ‘zo hoort het’, dan haak ik het liefst meteen af. Geven is prachtig, maar niet omdat het moet of omdat het hoort, en zeker niet als de cadeaus steeds groter en prachtiger en geweldiger en origineler moeten worden.

Het alternatief is voor mij persoonlijk zoveel fijner: er samen een dag opuit gaan. Gewoon, omdat samen zijn en iets doen leuk is. Omdat de wereld verder verkennen en op plekken komen waar je nog nooit geweest bent, verrijkend is. Omdat een dag lopen veel beter is voor je lichaam en geest, dan een dag zitten en eindeloos taart eten.

‘Oh oh, Den Haag’, dat werd ‘m. Ik had eerst een prachtig oord in Duitsland opgezocht, maar 4 uur heen en 4 uur terug rijden, dat vonden de mannen te gortig. Was het natuurlijk ook. Dus toen werd het gewoon een stad in Nederland: Den Haag. Stad van de polletiek. En aangezien ik die bij tijd en wijle best interessant vind, leek het me een mooie bestemming. Niet dat ik de illusie had dat ik Dick, Dilan, Rob of Chris tegen zou komen. Die waren namelijk hard bezig om zieltjes te winnen in den lande. Behalve Dick dan, die zat vast moederziel alleen in het torentje.  

Na een prachtig weekend, waarbij we vooral zaterdag genoten van ongelooflijk mooi weer in Overijssel, sloeg het weer maandag om. En bij het vertrek was het dan ook druilerig en grijs: eigenlijk weer om je nog eens om te draaien in bed. Maar we hadden eens globaal buienradar bekeken, en daar leek het toch in Den Haag mee te vallen.
En inderdaad: hoe verder naar het westen, hoe beter het werd. En zonder al te veel noemenswaardige vertraging voegden we in het oosten in op de A12, en sloegen we aan de andere kant van het land weer van de A12 af.

De parkeergarage was niet druk, niet heel duur, alleen een beetje smalletjes. Maar dat schijnt een bekend euvel te zijn daar. En nadat we de wandelschoenen hadden aangetrokken, togen we de stad in.
Niet alles wat we wilden, lukte ook. De Komootapp liet ons in de steek met een wandelroute die vooral lángs het centrum voerde, maar er niet doorheen. En dus zetten we die halverwege uit. We wilden graag de Nieuwe Kerk bezoeken, maar net vandaag was deze gereserveerd voor een repetitie van een band. Eén van de leden van die band was echter zo enthousiast, dat hij ons alsnog uitnodigde even binnen te komen kijken in de kerk. Maar aangezien Xander nogal overstuur werd van het slaan op pannendeksels door de drummer, liepen we gauw weer naar buiten.
En ja, het Binnenhof. Daar konden we natuurlijk ook niet bij komen door de verbouwing. Maar als tegenprestatie is daar een grote uitkijktoren gezet, waardoor je een prachtig uitzicht hebt op alles wat daar gebeurt. En dat leverde toch wel waanzinnig mooie plaatjes op! Voor mij het hoogtepunt van de dag. Oude gebouwen, vol in renovatie, met op de achtergrond grote en hoge markante gebouwen van Den Haag: je bleef kijken.


We genoten. Van alle reuring en de enorme diversiteit aan eetzaakjes, boetiekjes en galerietjes. Van Xander, die ons wist te vertellen dat die beroemde laan met bomen bij het Binnenhof de Lange Vijverberg heette (stond in zijn boek over architectuur). Van alle oude én nieuwe panden die soms door elkaar heen staan. Van de zelfgebakken appeltaart, waarvan ik 3 stukjes in 3 aparte bakjes had meegenomen en die we halverwege opaten. Hoor 's, ik was tenslotte wel jarig, en ik had niet voor niks nog laatst appeltaart staan bakken.

En natuurlijk genoten we ook als kers op die appeltaart van een uurtje Scheveningen!

Na een grote bak patat met kibbeling, die we op een bankje opaten, was het welletjes. De voeten waren moe, het hoofd vol met alle indrukken, en we konden mooi achter de spits aan op huis aan. Perfect, zo’n verjaardag!

zaterdag 11 oktober 2025

Hoe je een olifant opeet

Het is werkelijk waar 3 keer knipperen met je ogen, en het is opnieuw vakantie. Xander heeft vanaf nu 2 weken herfstvakantie. Hij zit nog in de onderbouw van speciaal onderwijs, en dus heeft hij nog wat voordeel in zijn uren.

De rust m.b.t. school is gelukkig weergekeerd. Er zijn af en toe nog wat strubbelingen in de klas, maar die gelden het hele jaar door, en komen bij de beste docenten voor. De twee juffen die onverwachts zijn ingevallen hebben de boel behoorlijk goed onder controle. En als het eens uit de hand loopt, dan wil daar ook nog wel eens opzet in het spel zijn.

(Xanders klas. Relatief weinig prikkels, vloerbedekking om geluiden te dempen, en altijd in de toets-stand, dus geen tafeltjes aan elkaar.)

Zo verklapte één van de juffen dat ze onlangs de boel eens de boel had gelaten. In het kader: ‘eens zien wat er gebeurd als ik een aantal minuten de teugels laat vieren’. Nou, het duurde niet lang, of de boel ontspoorde volledig. Tien kinderen in de klas, maar het werd com-ple-te chaos. Er was een duidelijke tweedeling in de klas te zien. Het deel wat qua gedrag onmiddellijk alles deed wat verboden was, en een deel wat met grote angstogen toekeek en in de paniek en overprikkeling schoot en alleen maar wilde vluchten. Razend interessant eigenlijk, zo’n test. Ik had best even om een hoekje willen meekijken wat er dan gebeurt.
Maar het moest natuurlijk ook weer niet te gortig worden. Dus werden de angst-kinderen één voor één in de nevenruimte naast het klaslokaal afgevoerd, waar ze in alle rust konden spelen en konden bijkomen. En degenen die het qua gedrag zo bont hadden gemaakt, kregen daarna in niet mis te verstane bewoordingen te horen wat de juf ervan vond. Volgens Xander was de juf zo boos op hen, dat ‘ik denk dat alle klassen het konden horen mama, behalve die éne helemaal aan de andere kant van het gebouw’.
De juf sprak me na de tijd even aan, om me alvast even voor te bereiden op datgene wat Xander me zou vertellen. Ja, het was even ongelooflijke chaos geweest. En ja, Xander was als eerste in de nevenruimte gezet, omdat ze zagen hoe heftig het voor hem was.
Zulke dingen moeten niet elke dag gebeuren, maar ik geef ze groot gelijk dat ze hier af en toe eens mee experimenteren. Leerzaam voor zowel de kinderen als de leerkrachten! Patronen worden heel duidelijk, en hier wordt dan ook weer uitgebreid op gereflecteerd met alle kinderen. Wat gebeurde er? Waarom gebeurde dit? Wat deed dit met jou, en vooral ook met de andere kinderen in de klas?

Maar nu is het even 2 weken rust. Want vakantie. En ergens heb ik daar geen zin in, want ik hou van ritme en tijd voor mezelf. Maar aan de andere kant: als ik merk hoe veel moeite ik tegenwoordig soms heb om ’s ochtends uit bed te komen, is een wat relaxter tempo en de dag rustig beginnen ook fijn en lekker.

Zes weken had ik tussen de zomervakantie en deze herfstvakantie. En deze weken stonden bij mij in het teken van het eten van een paar olifanten.
Weet je trouwens hoe je dat doet, een olifant eten? Nou, heel simpel. Hapje voor hapje.

Wat voor mij die olifanten waren? Een aantal klussen die moesten gebeuren.
Zo was er bijvoorbeeld dat zwembad bij ons in de tuin. Ontzettend leuk, en ik begon in augustus al heel dapper met elke dag baden. Nou, zo lang heb ik het niet volgehouden. Leuk om elke dag mijn grens op te zoeken, maar het betekende ook al die dagen de filterpomp aanhouden, chloortabletten erin doen, met mijn schepnetje elke keer het vuil van regenwater eruit halen enzovoorts. Bovendien zakte de temperatuur van het water heel snel. En dus besloot ik dat het tijd was om dat ding op te ruimen.
Maar dat is nog niet zo’n simpele klus. Eerst moest er namelijk 3300 liter chloorwater weggepompt worden met een dompelpomp. Alle stangen moesten uit het zeil gehaald worden. Het zeil moest schoongemaakt worden. De stangen afgenomen worden. Het dekzeil moest schoongemaakt worden. De filterpomp schoongemaakt en opgeruimd. En uiteindelijk moest alles in dozen en bakken keurig opgeruimd worden. Flinke klus dus, die je niet even in een uurtje doet. Dus deed ik het hapje voor hapje.

Een dag de dompelpomp. De volgende dag het restant water van 2 cm wat niet veel lijkt, maar nog heel wat liter is, zeker als je het met een maatkan eruit moet scheppen.
Een dag de stangen eruit en het zeil schoongemaakt. Zware klus, over de droogmolen, zorgen dat alles enigszins droog wordt en het ding logisch zien op te vouwen. Het leek de voortent van de caravan wel. Je weet wel, dat ding wat ervoor gezorgd heeft dat ik niet meer met de caravan op vakantie wilde, want teveel gedoe.
Een dag alles in de betreffende dozen doen. Een dag de filterpomp schoonmaken. En toen dat alles gebeurd was, was ik er klaar mee. Dus de stapel ondertegels geloofde ik wel. Die bleef een poos in al zijn viezigheid onder de overkapping liggen. Maar vandaag had ik de geest en de moed, en uiteindelijk liggen ook die nu redelijk schoon in de schuur.
Hèhè, die olifant is bijna op. Alleen nog een reparatie uitvoeren aan het dekzeil, het schoonmaken en in de opruimbox doen, en dan is het echt klaar.


Nog zo’n olifant: 23 kilo appels schillen en daar appelmoes en appeltaart van maken. Ook zo’n exemplaar wat ik echt in stukjes moet hakken, wil ik er lol in houden en de klus geklaard krijgen. Maar langzaamaan wordt de plank voller in de kelderkast. En geef ik ook nog eens hier en daar wat weg, dus het lijkt alsof ik nog niet zoveel gedaan heb, maar langzaamaan vordert ook dat.

En er liggen nog meer olifanten te wachten: de tuin winterklaar maken, iets met fotoboeken waar ik jaren mee achter loop, een boek over Xanders ziekte, het opknappen van Xanders slaapkamer, en nog talloze projecten die we in de categorie ‘ooit’ geschoven hebben.  

Er lijkt enerzijds nooit een eind aan te komen, aan alle klussen in het leven. Zeker niet als je ook nog je dagelijkse werk hebt, zoals het huishouden, je gezin, betaald werk, vrijwilligerswerk enz. Anderzijds: al deze klussen geven uiteindelijk ook weer zoveel voldoening.
Het is fijn om het zwembad goed opgeruimd te hebben, zodat we volgend jaar weer een schoon bad op kunnen zetten met veel fijne zwemuurtjes. Het geeft voldoening als je ziet dat je zoveel heerlijke appelmoes en appeltaart kunt maken van dat wat de natuur je gratis geeft. En na een zomer waarin de tuin ons veel speelplezier, fleurigheid en groente-opbrengst heeft gegeven, is het ook fijn om de natuur weer in rust te zien gaan en alles op te ruimen en klaar te maken voor die rust.

vrijdag 3 oktober 2025

Ze gaan het opnieuw doen

Ze gaan het doen, die toppers van het Maxima. Ze gaan het gewoon opníeuw doen: kinderen opvangen uit een oorlogsgebied, en hen de kinderkankerzorg geven die ze nodig hebben.

bron: NOS.nl

Tot nu toe stond de Nederlandse regering op het standpunt: die hulp kan wel in de regio geboden worden. Ondanks dat hulporganisaties aangaven dat dit helemaal niet kon. Maar nee, de Nederlandse regering wist het, natuurlijk, beter.

Kapotgeschoten ziekenhuizen, het hele zorgsysteem in Gaza wat niet meer functioneert, omringende landen zitten langzaamaan aan hun tax, en Nederlandse ziekenhuizen die aangeven dat er genoeg capaciteit en menskracht is om de zorg voor deze kinderen te dragen, maar nee: laten we het in de regio dáár doen. Tenslotte worden hulporganisaties financieel daar ondersteund. En Geert Wilders opperde dat ze best naar Saoudi Arabië kunnen, want dat land is toch schat-hemeltjerijk.

Ja, als bepaalde zorg in een regio gegeven kán worden, kan ik me daar best in vinden. Maar we hebben het hier over zeer specialistisch zorg! Over die kinderen, die levensbedreigend ziek zijn. Over kinderen, die nu in Gaza weggestuurd worden uit het ziekenhuis, omdat ze niet geholpen kunnen worden vanwege deze specialistische zorg, en ze nu een bed bezet houden voor iemand anders. Of wat er nog van dat bed over is dan.

Het kabinet is om. Dick Schoof vertelt ons dat ze altijd wel hebben gezien dat er ‘capaciteitsproblemen waren, maar dat ze nu tot de conclusie zijn gekomen dat Nederland in een enkel geval wil helpen. Alleen de regering moest de afgelopen dagen eerst zelf tot deze conclusie komen.'
Goed. Ik vind daar van alles van, dat zult u vast tussen de regels door wel kunnen lezen. Maar daar wil ik het verder nu niet over hebben.

Wat ik wel zou willen? Ik zou alle (politieke) tegenstanders die deze kinderen niet naar Nederland wilden halen, aan de oren het Maxima willen binnenslepen en hen willen laten zien hoe er dáár naar gekeken wordt. Of nee, niet naar gekeken wordt: er wordt gehandeld. Vanuit liefde. Vanuit het standpunt dat iedereen geholpen moet worden. Vanuit medemenselijkheid.

Toen Xander ziek werd, brak de oorlog in Oekraïne uit. De eerste dagen van Xanders opname zaten wij met tranen in onze ogen op zijn kamer. Niet alleen vanwege dat hij levensbedreigend ziek was. Nee, omdat de beelden vanuit Kiev diep in ons hart binnenkwamen. Daar zaten de zieke kinderen met grijze snoetjes en kale koppies in de schuilkelder. Want naast dat hun leven op de kop stond door hun ziekte, werd er ook nog eens gebombardeerd. Zij waren op meerdere terreinen hun leven niet zeker. Terwijl wij veilig in een bijna luxe hotel zaten (het Maxima), zaten zij met hun chemo-infuus in de grijze schuilkelder. Te wachten tot het sein veilig werd gegeven.

Na verloop van maanden kwamen de eerste Oekraïense kindjes naar het Maxima. Langzaamaan kregen ook wij dat steeds meer mee. Je hoorde het aan de taal. Er werd vaker gebruik gemaakt van Google Translate. Ouders probeerden, soms in heel gebrekkig Engels, te vertellen aan de verpleegkundige hoe het nu met hun kind ging. Hoe het zich voelde. Er moest via telefoon getolkt worden. En je zag het op een gegeven moment ook in de bezettingsgraad op de afdelingen. Het werd drukker. Soms zaten bijna alle kamers op de tweede verdieping, afdeling Solide Tumoren, vol. De wachttijden bij de apotheek waren langer. Consulten bij de oncoloog werden korter of verschoven, omdat er andere gevallen tussen geschoven werden.

We hadden toen daar van alles van kunnen vinden. We hadden kunnen vinden dat dit ten koste ging van de zorg voor onze ‘eigen’ kinderen. We hadden ons kunnen irriteren aan de langere wachttijden. En hé, als die kinderen uit Oekraïne er niet waren, hadden we misschien net wat eerder het chemogoedje aan de infuuspaal hangen, hadden we een halfuur eerder thuis kunnen zijn. We hadden kunnen stellen dat ons zorgsysteem al behoorlijk overbelast is, daar kunnen dan toch ook niet nog eens die kinderen uit Oekraïne bij?

Denk je dat we daar, als ouders, maar één minuut over nadachten? Nee.
Het enige wat we voelden bij deze mensen, was mededogen. Zoals alle ouders in het Maxima dat voelen naar elkaar en naar hun kinderen. Je bent ongewild in een situatie gekomen waarin je nooit terecht had wíllen komen. Je kind is doodziek, en het enige wat je wilt is dat het niet overlijdt, maar beter wordt.

En dat is het enige wat telt. Voor ons, en voor al die andere kinderen. Wie je ook bent, hoe oud je ook bent, waar je ook vandaan komt, welke geloof je ook maar hebt: dat is wat je bindt in het Maxima.
We zitten enerzijds in de bubbel van de ziekte van ons eigen kind, maar leven zijdelings mee met al die andere kindjes en hun families. We zien het, wanneer een kindje in een bedje naar een volgend onderzoek wordt gereden, terwijl de familie gespannen meeloopt. We horen het, als een ander kind doodsbang is voor de chemopush in de behandelkamer, en de hele boel bij elkaar krijst. We voelen het, als andere ouders de tranen in de ogen hebben staan. Want hoe vaak hadden we het zelf: een slechte uitslag, alle nare dingen die ons kind moet ondergaan, of simpelweg óp zijn door de rollercoaster die kinderkanker is.
Maar we glimlachen ook! Als we zien hoe dapper kindjes de echokamer instappen. Als ze met een hoeraatje op hun driewielfietsje een bocht om sjezen, en een verpleegkundige bijna omver kegelen. Als er met de fysiotherapeut geoefend wordt op de gang in hinkelen, huppelen en hollen, en er weer vooruitgang is geboekt. Als er opluchting is na een goede uitslag. Als een kind straalt na een compliment van een arts.
Als ouders herkennen we het, we gunnen het ellaar zo, en denken niet na over of het kind wel of niet uit Nederland komt. Die grenzen bestaan niet in het Maxima.

En dan, last but not least: de toppers van het Maxima. Die elke dag doen wat voor hen een missie vanuit het hart is: helpen kinderen weer beter te maken. Zonder aanziens des persoons. Of hun patiëntjes nu uit Oekraïne, Gaza of Rotterdam komen, dat doet er niet toe. Voor elk van hen en hun familie is er die zorg, het meeleven, het helpen, het bespreken van het behandelplan, en als het nodig is een troostende arm om de schouder.
Misschien dat de politieke poppetjes uit Den Haag de volgende keer eerst eens een werkbezoekje kunnen brengen aan deze helden in onder meer het Maxima. Dat zal ze hopelijk stil maken, en doen beseffen dat hier gaat om iets wat politiek en verkiezingen overstijgt. 

Het gaat om leven en dood. 
Het gaat om kinderen. De meest kwetsbaren, die part noch deel hebben aan de keuze van volwassenen. Die niet hebben gekozen voor oorlog, niet hebben gekozen voor ziekte, maar simpelweg willen leven. 

zondag 14 september 2025

Een valse start

De tweede schooldag van Xander is weer voorbij. SchoolDAG? hoor ik u denken, ze bedoelt zeker schoolWEEK?
Tja, het is eigenlijk schoolweek. Maar het is uiteindelijk een dusdanige valse start van het schooljaar geworden, dat we vanaf nu maar afgelopen donderdag als eerste officiële schooldag beschouwen.

(Foto van freepik.com)

Het waren al een hoop veranderingen. Een nieuw lokaal, de klas was in drieën uit elkaar gevallen, en daar bovenop ook nog eens een nieuwe juf die nieuw begon op de Isselborgh. Veel veranderingen, en aan veel dingen wennen. En ja, dat kost gewoon tijd, dat wist ik. 

En toch. Anderhalve week lang liep ik met een raar gevoel in mijn buik en keel rond. En ik kon er maar niet de vinger achter krijgen, zowel niet bij Xander als bij de nieuwe juf. 
Het was de communicatie die niet liep zoals ik gewend was. De weerstand die Xander had om naar school te gaan. Hij sprak die naar niemand uit, behalve thuis. Vraag je hem of het leuk is, hij antwoordt keurig met ja. "Heb je een leuke en aardige nieuwe juf?" "Ja hoor!" Maar in de veiligheid van thuis zagen en voelden en hoorden we wat anders. Hij had steeds zó geen zin.
Hij kwam ineens weer met drinken en brood terug, omdat hij niet genoeg tijd zou hebben. Hij vertelde elke dag na schooltijd hoe er in de klas gemopperd had moeten worden door de juf. Hij sprak zichzelf moed in als we op weg waren naar school.
Maar vroeg ik hem naar de nieuwe juf, dan bleef hij loyaal in alles naar haar. Nee hoor, ze deed niks fout.
Aan het eind van de eerste week deed ik maar eens navraag bij de directeur: was er misschien iets mis met Parro? Ja, klopt, er stonden inderdaad wat instellingen niet goed. En ja, het startbericht van de directeur kwam vrijdag, dus het klopte dat ik nog niks had gezien.
En toch. Er klopte iets niet met die communicatie. En ik voelde wat bij Xander, maar kon er geen grip op krijgen. En uiterlijk ging het verder niet slecht. Toch wennen dus maar?

Tot afgelopen woensdag er wel ineens een uitgebreid bericht kwam. Van de directeur. En wat bleek?
Madame de nieuwe juf had afgelopen maandag haar contract opgezegd en vertrok. Ze had het welgeteld 4 dagen volgehouden en het toen al bekeken. 
'Na een intensieve periode past deze baan op het moment niet voor haar.'
Prachtig geformuleerd, daar kun je van alles in lezen, en dat deed ik ook. Ik houd het maar op de versie: ze kon het niet.
Verwijt ik haar dat? Nee. Integendeel. Het toont elke keer aan hoe moeilijk het vak van docent op speciaal onderwijs is. Zelfs als je veel ervaring in het regulier onderwijs hebt opgedaan. Ik heb sowieso veel respect voor het vak docent, maar op speciaal onderwijs vraagt het nog zoveel meer van je!

Het is zoveel meer tact naar de kinderen toe. Het is een natuurlijk overwicht hebben. Het is alle voelsprieten open hebben voor de gebutse en kwetsbare kanten die de kids hier hebben en die getriggerd worden door soms kleine dingen. Het is juist de mini-signalen opvangen van die kinderen die zich niet kunnen uiten. Die zich volledig sociaal wenselijk gedragen, maar van binnen zich compleet anders voelen.
Het is soms fysiek bij kop en kont pakken. En dat laatste gebeurt hier echt wel vaker dan op regulier onderwijs, waar ze dat sowieso niet mogen en durven, want voor je het weet heb je een gepikeerde ouder of, erger nog, een instantie aan de broek hangen. Maar op speciaal onderwijs gebeurt het gewoon, omdat docenten hierin getraind zijn, én weten dat het soms gewoon nodig is. Of, en dat klinkt misschien gek, een kind daar behoefte aan heeft: fysiek begrensd worden. 
Tel daarnaast nog de vele rapportages, zorgprofessionals en het stuk communicatie op, en je hebt een dagtaak waar je én simpelweg geknipt voor moet zijn, én sterk in je schoenen moet staan wil je dit kunnen. 
Want ook communiceren naar ouders, verzorgers, pleeggezinnen of gezinsvervangende tehuizen is zo belangrijk! Er is vaak al zoveel gebeurd in de levens van ouders en kinderen. 

Vastlopen op regulier onderwijs is een proces wat vaak veel pijn en moeite heeft gekost. Ouders hebben talloze malen aan de bel getrokken en zijn wellicht niet gehoord of erkend. Er zijn instanties bij betrokken wat ze liever ook niet wilden, omdat je als ouder maar 1 wens hebt: je wilt dat je kind gewoon 'normaal' is en goed kan meekomen. 
En het moeilijkste? Dat zijn de mensen die menen dat ze je kind beter kennen dan jij. Die hardop tegen je zeggen dat het gewoon kwestie van wennen is, dat er met je kind heus niet zoveel aan de hand is, 'dat komt vanzelf!'. Als je ouders nog onzekerder wil maken, moet je vooral dát zeggen.
Nee. Sommige dingen komen niet vanzelf. 

En met het starten op speciaal onderwijs moet je, na allerlei negatieve ervaringen, opnieuw je kind loslaten. Weer vertrouwen krijgen dat het hier wél kan meekomen. Dat het hier veilig is. En dus wordt er veel gecommuniceerd. Over hoe de dag is geweest, waar het goed ging, wanneer het minder ging. Zelfs de gymleraar loopt regelmatig na schooltijd over het plein om ouders te spreken en verhalen te delen.
Ook dat moet je dus als leerkracht kunnen en begrijpen.
Bovendien komen veel kinderen met een taxi, dus veel ouders staan niet dagelijks op het schoolplein, en zij zijn helemaal afhankelijk van alles wat ze via de juf of meester horen via Parro.

Goed. Madame stopte. En dus greep de directie hard in. Zij weten hoe extreem belangrijk deze fase van het schooljaar is in de vorming van de groep. Dan moeten er juist stabiele volwassenen bij zijn. 
Het contract werd meteen ontbonden. De nieuwe juf had nog 1 dag om afscheid te nemen, en twee nieuwe docenten, zeer ervaren krachten die normaal andere functies hebben binnen de Isselborgh, zijn ingevlogen. Doen ze even hè, die meiden, ineens een functie op een andere plek. Toppers!

De dag van afscheid kwam. Of nee, die kwam niet. De vertrekkende juf had zich ziek gemeld op die dag. De laatste onhandige move die je kunt zetten bij deze kids: wegblijven zonder afscheid nemen. 
Dus begon Xander die dag meteen met 2 nieuwe juffen.

Toen ik Xander aan het einde van die dag ophaalde, kon ik er opnieuw niet direct de vinger op leggen, maar ik voelde het meteen: er was die dag een compleet nieuwe wind gaan waaien door het lokaal.
Letterlijk alles was anders. Ze hadden zelfs in de klas alle kinderen een nieuwe plek gegeven. Om ze zo ook duidelijk te maken: we gaan opnieuw beginnen, en nu goed!
Ineens herkende ik de Isselborgh weer. Er werd vanaf die dag helder, duidelijk en concreet gecommuniceerd. Er kwam een voorstelbericht in de Parro: 'dit zijn wij, dit is nu de situatie, dit zijn de regels, zo gaan we het doen, het was even heel erg schakelen voor de kids maar ze pakten het zo en zo op, en daarna ging het super goed. En als je vragen hebt: kom alsjeblieft langs, of bericht ons, we staan altijd klaar voor jullie'.

Zowel donderdag als vrijdag kwam Xander thuis zonder verhalen over een mopperende juf. Hij had gewoon zijn brood en drinken op. Hij vertelde dat die dagen 'best goed gingen!'
Ikzelf had vrijdag onverwacht een gesprekje met de adjunct-directeur en een juf uit zijn vorige klas. Ze vroegen me hoe ik deze afgelopen weken had ervaren. Ik vertelde wat ik al die dagen had gevoeld, letterlijk in mijn lijf, maar niet de vinger achter kon krijgen. Dat ik me ergens gepiepeld voelde, omdat ik ineens de laatste twee dagen bij de vertrekkende juf wel veel meer communicatie voelde, maar toen ineens als maatschappelijk werkster voor haar fungeerde. Ik stond háár op een gegeven moment moed in te praten! Terwijl ze dus toen al haar ontslag had ingediend, maar tegen mij haar mond niet opentrok daarover. 
Ik vertelde welke subtiele veranderingen ik merkte bij Xander, maar waar ik niet concreet wat van kon benoemen.

De adjunctdirecteur en juf gaven aan hoe belangrijk mijn gevoel in dit geval was geweest. En dat het compleet klopte met de indruk en het proces waar zij de afgelopen dagen in zaten met de start van de nieuwe juf. 'Nienke, je gevoel klopte en was geheel terecht. Kom de volgende keer eerder, dat helpt ons ook!'
Tja. Je wilt toch niet die zeurmoeder zijn, zeker niet als je het niet concreet kunt maken. 'Maar als je gevoel niet klopt, dan kunnen we het daar toch ook over hebben?' Daar hebben ze een punt.

Goed. Voor ons is school nu eindelijk écht begonnen!