bron: NOS.nl
Tot nu toe stond de Nederlandse regering op het standpunt: die hulp kan wel in de regio geboden worden. Ondanks dat hulporganisaties aangaven dat dit helemaal niet kon. Maar nee, de Nederlandse regering wist het, natuurlijk, beter.
Kapotgeschoten ziekenhuizen, het hele zorgsysteem in Gaza wat niet meer functioneert, omringende landen zitten langzaamaan aan hun tax, en Nederlandse ziekenhuizen die aangeven dat er genoeg capaciteit en menskracht is om de zorg voor deze kinderen te dragen, maar nee: laten we het in de regio dáár doen. Tenslotte worden hulporganisaties financieel daar ondersteund. En Geert Wilders opperde dat ze best naar Saoudi Arabië kunnen, want dat land is toch schat-hemeltjerijk.
Ja, als bepaalde zorg in een regio gegeven kán worden, kan ik me daar best in vinden. Maar we hebben het hier over zeer specialistisch zorg! Over die kinderen, die levensbedreigend ziek zijn. Over kinderen, die nu in Gaza weggestuurd worden uit het ziekenhuis, omdat ze niet geholpen kunnen worden vanwege deze specialistische zorg, en ze nu een bed bezet houden voor iemand anders. Of wat er nog van dat bed over is dan.
Het kabinet is om. Dick Schoof vertelt ons dat ze altijd wel hebben gezien dat er ‘capaciteitsproblemen waren, maar dat ze nu tot de conclusie zijn gekomen dat Nederland in een enkel geval wil helpen. Alleen de regering moest de afgelopen dagen eerst zelf tot deze conclusie komen.'
Goed. Ik vind daar van alles van, dat zult u vast tussen de regels door wel kunnen lezen. Maar daar wil ik het verder nu niet over hebben.
Wat ik wel zou willen? Ik zou alle (politieke) tegenstanders die deze kinderen niet naar Nederland wilden halen, aan de oren het Maxima willen binnenslepen en hen willen laten zien hoe er dáár naar gekeken wordt. Of nee, niet naar gekeken wordt: er wordt gehandeld. Vanuit liefde. Vanuit het standpunt dat iedereen geholpen moet worden. Vanuit medemenselijkheid.
Toen Xander ziek werd, brak de oorlog in Oekraïne uit. De eerste dagen van Xanders opname zaten wij met tranen in onze ogen op zijn kamer. Niet alleen vanwege dat hij levensbedreigend ziek was. Nee, omdat de beelden vanuit Kiev diep in ons hart binnenkwamen. Daar zaten de zieke kinderen met grijze snoetjes en kale koppies in de schuilkelder. Want naast dat hun leven op de kop stond door hun ziekte, werd er ook nog eens gebombardeerd. Zij waren op meerdere terreinen hun leven niet zeker. Terwijl wij veilig in een bijna luxe hotel zaten (het Maxima), zaten zij met hun chemo-infuus in de grijze schuilkelder. Te wachten tot het sein veilig werd gegeven.
Na verloop van maanden kwamen de eerste Oekraïense kindjes naar het Maxima. Langzaamaan kregen ook wij dat steeds meer mee. Je hoorde het aan de taal. Er werd vaker gebruik gemaakt van Google Translate. Ouders probeerden, soms in heel gebrekkig Engels, te vertellen aan de verpleegkundige hoe het nu met hun kind ging. Hoe het zich voelde. Er moest via telefoon getolkt worden. En je zag het op een gegeven moment ook in de bezettingsgraad op de afdelingen. Het werd drukker. Soms zaten bijna alle kamers op de tweede verdieping, afdeling Solide Tumoren, vol. De wachttijden bij de apotheek waren langer. Consulten bij de oncoloog werden korter of verschoven, omdat er andere gevallen tussen geschoven werden.
We hadden toen daar van alles van kunnen vinden. We hadden kunnen vinden dat dit ten koste ging van de zorg voor onze ‘eigen’ kinderen. We hadden ons kunnen irriteren aan de langere wachttijden. En hé, als die kinderen uit Oekraïne er niet waren, hadden we misschien net wat eerder het chemogoedje aan de infuuspaal hangen, hadden we een halfuur eerder thuis kunnen zijn. We hadden kunnen stellen dat ons zorgsysteem al behoorlijk overbelast is, daar kunnen dan toch ook niet nog eens die kinderen uit Oekraïne bij?
Denk je dat we daar, als ouders, maar één minuut over nadachten? Nee.
Het enige wat we voelden bij deze mensen, was mededogen. Zoals alle ouders in het Maxima dat voelen naar elkaar en naar hun kinderen. Je bent ongewild in een situatie gekomen waarin je nooit terecht had wíllen komen. Je kind is doodziek, en het enige wat je wilt is dat het niet overlijdt, maar beter wordt.
En dat is het enige wat telt. Voor ons, en voor al die andere kinderen. Wie je ook bent, hoe oud je ook bent, waar je ook vandaan komt, welke geloof je ook maar hebt: dat is wat je bindt in het Maxima.
We zitten enerzijds in de bubbel van de ziekte van ons eigen kind, maar leven zijdelings mee met al die andere kindjes en hun families. We zien het, wanneer een kindje in een bedje naar een volgend onderzoek wordt gereden, terwijl de familie gespannen meeloopt. We horen het, als een ander kind doodsbang is voor de chemopush in de behandelkamer, en de hele boel bij elkaar krijst. We voelen het, als andere ouders de tranen in de ogen hebben staan. Want hoe vaak hadden we het zelf: een slechte uitslag, alle nare dingen die ons kind moet ondergaan, of simpelweg óp zijn door de rollercoaster die kinderkanker is.
Maar we glimlachen ook! Als we zien hoe dapper kindjes de echokamer instappen. Als ze met een hoeraatje op hun driewielfietsje een bocht om sjezen, en een verpleegkundige bijna omver kegelen. Als er met de fysiotherapeut geoefend wordt op de gang in hinkelen, huppelen en hollen, en er weer vooruitgang is geboekt. Als er opluchting is na een goede uitslag. Als een kind straalt na een compliment van een arts.
Als ouders herkennen we het, we gunnen het ellaar zo, en denken niet na over of het kind wel of niet uit Nederland komt. Die grenzen bestaan niet in het Maxima.
En dan, last but not least: de toppers van het Maxima. Die elke dag doen wat voor hen een missie vanuit het hart is: helpen kinderen weer beter te maken. Zonder aanziens des persoons. Of hun patiëntjes nu uit Oekraïne, Gaza of Rotterdam komen, dat doet er niet toe. Voor elk van hen en hun familie is er die zorg, het meeleven, het helpen, het bespreken van het behandelplan, en als het nodig is een troostende arm om de schouder.
Misschien dat de politieke poppetjes uit Den Haag de volgende keer eerst eens een werkbezoekje kunnen brengen aan deze helden in onder meer het Maxima. Dat zal ze hopelijk stil maken, en doen beseffen dat hier gaat om iets wat politiek en verkiezingen overstijgt.
Het gaat om leven en dood.
Het gaat om kinderen. De meest kwetsbaren, die part noch deel hebben aan de keuze van volwassenen. Die niet hebben gekozen voor oorlog, niet hebben gekozen voor ziekte, maar simpelweg willen leven.