zondag 10 augustus 2025

De Bahn, mentale hindernis en afkoelen

Het zou warm worden, zo'n 35 graden. In de stad Freiburg dan hè. Ga je bij Kappel de Kleintalstraße omhoog, dan is het fascinerend om te zien wat de temperatuur doet. Hij zakt gerust met 6 graden, om bij het huisje dan weer 1 à 2 graden te stijgen. Maar goed, 30 of 35, het is allebei heiß. Sehr heiß.

We hadden het Xander al beloofd bij de Feldberg: we gaan nog een keer met een Bergbahn. En dat gingen we dus doen, met de Schaunslandbahn. Omdat het heel warm zou worden, hadden we bedacht om direct bij opening, om 9.00 uur, bij het Talstation te staan. Dat was dus een wekker zetten, en op tijd uit bed!
We propten alles wat we nodig dachten te hebben, inclusief vesten (ja ja, we leren het wel!), in onze rugtassen en togen naar Horben. 
We hadden het perfect getimed, en precies 9.00 uur stonden we aan de kassa. Er waren meer mensen die het idee hadden opgevat om vroeg bij de Bahn te staan, maar dat was maar een handjevol. Lekker rustig dus, en een cabine voor onszelf.
Zo, dit was wel even andere koek dan de Bahn op de Feldberg. Deze deed er 16 minuten over, en ging door prachtige natuur met mooie uitzichten. Dat was het geld meer dan waard!


Ah, en ineens gingen ook de herinnerings-laatjes open. We konden ons eerder niet meer herinneren of we hier 2,5 jaar geleden ook waren geweest. Maar ineens herkenden we het weer. De trappetjes, de paadjes, en de uitzichtstoren, waar we gelijk op klommen. Prachtig, die vergezichten!


Zul je net zien: boven aangekomen was het eigenlijk net zo warm als beneden. Dus sjouwden we de hele tijd onnodig met onze vesten. Goed, dat terzijde. 

We hadden eigenlijk van tevoren geen route bedacht, en ook onze Komootapp had geen uitgestippelde route voor ons in petto. Ja, eentje van 40 minuten, maar die was ons net iets te kort. Ronald besloot daarom een eigen route uit te zetten in de app. Een uur de bergáf, een uur bergóp.
Ik twijfelde even. Het werd al heel snel warm. En om straks weer naar boven te moeten... Maar goed, je moet toch wat. 

Daar gingen we. Flink steil de bult af, en gelukkig het merendeel onder bomen door. Op een gegeven moment kwam het meertje in zicht waar we zouden pauzeren.


Het pad slakkerde en kronkelde alle kanten op, maar hoera, daar was het verkoelende water. Hoppa, meteen de schoenen uit en de voetjes in het water. Brrrr koud! Maar zo lekker met dat hete weer. We knapten er alledrie van op.

Het was verleidelijk om daar te blijven zitten. Maar het was inmiddels midden op de dag, en we moesten nog een uur via een andere weg naar boven. Dus na een halfuurtje vertrokken we weer, ikzelf met lood in mijn schoenen en een langzaam naderend lagedrukgebied in mijn kop.
Dat uur werd voor mij dé mentale hindernis van de vakantie waar ik doorheen moest. 
Daar liepen we. 35 graden, een geasfalteerde weg wat alleen maar volle bak zon was, steil omhoog. Na 10 minuten begon het gedoe in mijn hoofd. Waarom doe ik dit? Waarom heeft Ronald dit bedacht? (Sorry Ronald, dit hadden we samen bedacht.) Dit heeft toch niks met vakantie te maken? Waarom is dit zo zwaar? 
Het duurde niet lang of de tranen kwamen. En achter me hoorde ik Ronald gezellig blijven kletsen tegen Xander. Over wat hij allemaal zag, over een mooi huis, over allemaal onzin voor mijn gevoel, en het irriteerde me mateloos. Maar ik zei niks, ik bleef zwijgen. Snapte hij dan niet dat dit niet leuk was? Zoiets konden we Xander en mijzelf toch niet aandoen? Dit was toch gekkenwerk?
Maar ondanks alles bleef ik stug omhoog lopen. Ik wilde niet stoppen, ik wilde geen vragen horen, ik wilde door. Xander, die mij soms teveel en te goed aanvoelt, begon al te fluisteren tegen Ronald. Hij voelde dat ik er compleet doorheen zat, en dat maakte ook hém down. Ik vond het zielig voor hem, maar ik wilde mijn emoties niet steeds verbergen. Ja, ik voelde me gewoon rot, en ik had geen zin meer om te doen alsof dat niet zo was. En ik wilde niet doen alsof ik dit leuk vond op vakantie.

In de schaduw van een boom bleven we staan. We dronken wat. En Ronald vertelde dat we er inmiddels al 2/3e van de terugweg op hadden zitten, en dat we 4km/u naar boven liepen. 
Wat??? Ineens trok het lagedrukgebied wat op in mijn hoofd. Ik nam nog een slok, checkte mijn lichaam eens, en kwam tot de conclusie dat het fysiek eigenlijk prima met me ging. Ja, het was vermoeiend, maar ik was niet duizelig, niet licht in mijn hoofd, mijn ademhaling was ok, en ja, ik voelde mijn benen, maar geen pijn. Wat was er dan aan de hand?
Puur mentaal. Het was op kleine schaal de les die het programma Kamp van Koningsbrugge geeft. Heel veel blokkades die in mijn hoofd zaten, maar die er in werkelijkheid helemaal niet zijn. Stemmetjes die roepen dat met 35 graden de berg oplopen niet verantwoord is. Denken dat je het niet kunt. Jezelf van binnen helemaal afstraffen omdat je zo traag bent voor je gevoel (wat achteraf gezien helemaal niet zo was).
Ik had ideeën dat ik niet tegen de warmte kan, maar ik kon het prima. Ik liep soepel omhoog. Mijn lichaam was in goede conditie, en kon de hitte prima hendelen. En met de laatste tip van Ronald ('adem meer door je mond, dan krijg je meer zuurstof') liep ik het laatste stuk zoveel beter de berg op. En toen we terug bij de Bahn waren voelde ik me trots. Kijk wat ik had geflikt. Voor de buitenstaander had ik misschien niks bijzonders gepresteerd. Maar ik had opnieuw, voor de zoveelste keer in mijn leven, een mentale blokkade doorbroken. Ik had iets gedaan wat ik eerder dacht niet te kunnen. Ik had mijn eigen demonen in mijn hoofd verslagen. Het was een uur niet leuk, maar ik had hem voor geen goud willen missen.
En hoe Xander het deed? Beter dan zijn moeder. Wat een power in dat lijf! 

We zeilden weer langzaam naar beneden met de Bahn, en reden huiswaarts.
We wisselden wat spullen, gooiden de klapstoeltjes op de rug, en liepen linea recta naar 'ons' plekje bij de beek. 
Daar was het in de schaduw zoveel koeler, bijna koud! 
En de laatste echte verrassende afkoeling kwam aan het einde van de dag: Frau und Herr Brüstle waren 2 dagen afwezig, en in overleg met onze vakantie-buurtjes mochten we die dag gebruik maken van hun zwembad. Dat lieten de heren zich geen twee keer zeggen! En ik eigenlijk ook niet, haha! 


Ik schoof de frietjes in de oven, trok als een haas mijn bikini aan en sprong er gauw bij in. Nou ja, dat springen was ietwat overdreven want het water was kouhouhoud! Maar heerlijk, zo afkoelen! Daar voel je je wel een paar uur lekker afgekoeld door. En de patatjes smaakten daarna extra lekker.

Vandaag is een rustige dag. Vanmorgen gingen we naar de samenkomsten in Freiburg Tiengen. Leuk, een Duitse broeder die ontdekte dat we uit Nederland kwamen en ook te gast was in de samenkomst, vroeg of we misschien, heel toevallig, Jan Remmelink kenden. Dat was een goede vriend van hem. 17 miljoen mensen in Nederland hè. Ok, het betreft natuurlijk wel iemand uit onze kringen, maar toch... 
Ja hoor, die kennen we, is mijn bloedeigen oom. Nou jaaaaa zeg, wat is de wereld toch klein.

En vanmiddag liggen we, zitten we, eten we wat, drinken we wat, kletsen we met de nieuwe Holländische Gästen over hoe schön het hier is, maken een puzzeltje, 'Hé, een auto!', en dat is denk ik dan ook wel het meest spectaculaire van deze middag.